Hervormingsdag

Lezen: 
Tekst:
HebreeŽn 11:32-12:3
HebreeŽn 12:2a

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

    Het is vandaag 31 oktober. Hopelijk weet iedereen wat voor dag dat is: Hervormingsdag! Op 31 oktober 1517 spijkerde Maarten Luther zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkapel in Wittenberg. Dat moment is gekozen als een soort startschot van de Reformatie. Vandaag herdenken we dat.
    Maar wat herdenken we dan precies? Waar gaat het om? Hervormingsdag kan natuurlijk niet zijn dat we eens flink uithalen naar de Rooms-Katholieke Kerk omdat die 400 jaar geleden..... Afgezien van het feit dat er in de Roomse Kerk ook wel veranderingen zijn geweest, daar heb je niet zoveel aan. Herdenking van de Reformatie moet dus zijn dat we dankbaar stilstaan bij de zegeningen die we dankzij de Reformatie vandaag de dag nog hebben. Zou er geen Reformatie zijn geweest, dan was ik niet getrouwd, had ik een jurk aan gehad en stond ik nu waarschijnlijk in het Latijn voor het altaar te prevelen, zoals dat vroeger gebruikelijk was. De Reformatie is van geweldige invloed geweest.

    Maar toch heb ik het idee dat een herdenking van de Reformatie ook niet te gemakkelijk moet gebeuren. Om u duidelijk te maken wat ik bedoel wil ik een paar dingen vertellen die in die tijd gebeurd zijn.
Om te beginnen die Maarten Luther. Van hem weten we, dat hij aanvankelijk doodsbang was. Bang om God onder ogen te komen. Luther deed aan zelfonderzoek: hij kende zijn zondige hart en de vele zonden uit zijn leven. Niet dat Luther nu een gemene schurk was, integendeel, maar hij was serieus met zijn leven bezig en hij was verschrikkelijk bang. Hoe kan Ūk met mijn leven God ooit ontmoeten? Die heilige, rechtvaardige God, die de zonden streng straft. Luther pijnigde zichzelf, letterlijk, met gesels, met langdurig vasten en bidden.
    Toen ontdekte Luther, dat Gods rechtvaardigheid een reddende rechtvaardigheid is, omdat God de toorn tegen de zonde aan het kruis op Golgotha had getoond. Alle straf is door de Here Jezus Christus gedragen, Hij heeft alles volbracht.
    Toen dat tot Luther doordrong toen ging voor hem, zoals hij zelf zegt, de poort naar het paradijs open. Hij kwam van de hel in de hemel. De opluchting en de bevrijding die het evangelie hem bracht veranderde zijn hele leven. Zijn zonden waren geboet door die Ander, en daar hoefde Luther niets meer voor te doen. Het enige dat nodig was was: geloof. Vertrouwen op de Here Jezus Christus en zijn volbrachte werk. Het was niet de kerk die een mens kon redden, het waren niet Luthers eigen goede werken, het was niet dat Maria en de andere heiligen een goed woordje voor hem moesten doen, nee, het is sola scriptura, sola gratia, sola fide, alleen door de Schrift, alleen door de genade, alleen door het geloof.
    Dat is het beginpunt en de kern van de Reformatie geworden. Dat God in Christus zondaren zalig maakt. Toen men weer de Bijbel ging lezen ontdekte men die geweldige waarheid.

    Maar laten we dan nu eens naar onszelf kijken. Is dat voor ons herkenbaar? In het boekje De gevonden Vader van ds. Kees Geluk, uit de gereformeerde bond in de Hervormde Kerk staan interviews met twaalf jongeren, die uit de wereld tot geloof gekomen waren. Ze hadden hun geloof beleden, waren gedoopt en leefden nu met hart en ziel mee in de Hervormde Bond. Opvallend is, dat bij geen van die twaalf jongeren, bij niemand, begrippen als "verlossing" "verzoening" of "vergeving" een rol speelde. Ze zagen God als hun Vader, hun praatpaal, hun Helper wanneer ze problemen hadden, en Jezus was hun Vriend. Maar niemand sprak over Hem als Verlosser, Zaligmaker of Heiland, en er werd niet verwezen naar de betekenis van zijn offer en het kruis.
    Ik vrees dat dit illustratief is voor heel veel mensen tegenwoordig. Maar dat betekent dan wel, dat Luther een onbegrijpelijk mannetje geworden is. Dat de hele aanzet tot de Reformatie voor mensen die zich reformatorisch noemen vreemd is geworden.

    Als we nog even verder naar de Reformatie kijken, vier eeuwen terug, dan zien we dat de Reformatie aanvankelijk een boel ellende heeft gebracht. Want de Roomse Kerk was zeer machtig, en die probeerde met alle middelen de mensen in de greep te houden. Wie dus gereformeerd wilde worden, en ook de wederdopers trof hetzelfde lot, wij zouden ze evangelischen noemen, wie bij de Kerk wegging kon rekenen op ernstige problemen. De inquisitie was aktief, en aanhangers van Luther en Calvijn werden zwaar beboet, gearresteerd, ontslagen, gemarteld in de gevangenis, tot zware dwangarbeid veroordeeld, als ze geluk hadden werden ze verbannen, maar vaak ook gewoon opgehangen of in het openbaar levend verbrand.

    Het hielp niet. De mensen waren zo gegrepen door de Bijbel en het bijbelse geloof, dat ze dat alles riskeerden. De geloofsbelijdenis die wij nu Nederlandse Geloofsbelijdenis noemen, werd in kleine, platte boekjes gedrukt, die men verstopte onderin de bagage of in de voering van de jas. En als er onderweg een gesprek was met iemand, waarvan je dacht dat die ook openstond voor het evangelie, dan gaf je de ander in het geheim zo'n boekje. Want zoals het geloof daarin verwoord werd, dat was geweldig. Dat bevrijdde je, het maakte je blij, het gaf je weer zicht op wat Gods Woord zei, ja dus op God zelf in zijn liefde in Christus! Daar riskeerde men zijn leven voor! En zo is de Reformatie doorgegaan, ondanks alle tegenwerking.

    Er zijn martelarenboeken verschenen, dikke pillen met de officiŽle processen-verbaal van de inquisitie. Het is ontroerend om te lezen hoe mensen vasthielden aan de Here Jezus, hoe ze ook gemarteld werden. Vaak heel eenvoudige mensen, niet alleen gereformeerde, maar ook doperse, wilden de vrijheid van de genade in Christus niet verloochenen. Ik zal de gruwelen van de martelingen maar niet vertellen, je huivert als je het leest.

    Maar ja, het kan wel ontroerend zijn, maar herkennen we het ook?
    Afgelopen dinsdag heb ik in een catechisatiegroep een klein onderzoek gedaan. Het gaat op dit moment over het geloof en de waarde daarvan. De catechisanten kregen een lijstje met tien woorden, en ze moesten door middel van cijfers aangeven wat ze voor zichzelf het belangrijkste vonden. Het belangrijkste krijgt tien punten, wat je daarna het belangrijkste vindt negen, enzovoorts tot het onbelangrijkste, dat ťťn punt krijgt.
    De tien woorden waren: goede gezondheid, leuke vrienden, hoge cijfers, geloof in God, een goed salaris, vrede, gelukkig zijn, de kerk, liefde en bijbellezen. Wat kreeg de meeste punten? Een goede gezondheid, gemiddeld een negen. Op de tweede plaats liefde, op de derde plaats gelukkig zijn en op de vierde plaats leuke vrienden.

    Het is positief om te zien, dat in deze groep dingen als hoge cijfers en een goed salaris niet erg populair waren. Ze hebben goed in de gaten dat het leven om andere dingen draait. Maar, zult u vragen, hoe zit het dan met de geestelijke dingen? Welnu, het geloof in God eindigde op de zesde plaats, met gemiddeld nog net een zes. Bijbellezen en de kerk eindigden broederlijk op een gedeelde 9e en 10e plaats, dat is dus laatste, met een gemiddelde waardering van 2Ĺ . Nu moeten we uiteraard niet vergeten, dat het hier om een oppervlakkige steekproef gaat, en bovendien zijn het jongeren van 14 en 15 jaar. Hopelijk zullen ze in hun leven ervaren, dat het geloof veel belangrijker is dan ze nu denken. Niemand wordt als christen geboren, geloven moet ook groeien. Ik hoop ook dat ze de waarde van het lezen in Gods Woord en de gemeenschap in de kerk meer en meer zullen zien.
    Toch verbaast de uitslag niet. Wat bij jonge mensen open en eerlijk gezegd wordt, is vaak verborgen al bij de ouders aanwezig. We begrijpen de uitslag best.

    Maar gaan we dan weer terug naar de Reformatietijd, wat moeten we dan met die mensen toen? Want u begrijpt, dat die een andere volgorde gekozen hadden. Wanneer je voor de Reformatie koos, raakte je een boel vrienden kwijt. En wanneer je gearresteerd werd, werden je bezittingen vaak verbeurd verklaard. Rijkdom lukte ook niet. En op de pijnbank gaat het met je gezondheid niet echt goed, dat spreekt vanzelf. Blijvende beschadigingen aan je lichaam en je gezondheid. En op de brandstapel bleef eigenlijk alleen het geloof in God over. Al het andere was weg. Blijkbaar stond dat nummer 1, met een 10!
    Wij zouden dat dus blijkbaar niet doen, in ieder geval velen van ons niet. Maar kunnen we dan de Reformatie nog wel met een eerlijk geweten herdenken?

    Op de dagen van de Reformatie is van toepassing wat in HebreeŽn 11 beschreven werd. Ze hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, ze hadden alleen maar hoeven zeggen dat ze terugkeerden onder de hoede van de Roomse Kerk, maar ze deden het niet opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben. Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap. Ze zijn gestenigd, op zware proef gesteld, door midden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapevachten en geitevellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling en dan volgt ťťn van de meest aangrijpende zinnen uit de brief aan de HebreeŽn de wereld was hunner niet waardig. Ze hebben rondgedoold door woestijnen en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.

    Deze uitgemergelde, kapotgeslagen rechteloze hongerige en stinkende vluchtelingen - de wereld was hun niet waard. Maar wij, zijn wij hen wel waard? Hoe hebben die mensen dat kunnen doen? Wat was hun geheim? Op welke manier kun je zů in het leven staan?

    De schrijver van de brief aan de HebreeŽn gaat daarop in in het begin van hoofdstuk 12. Hij gebruikt die vele martelaren die er in de geschiedenis geweest zijn als levende getuigen van de waarde en de kracht van het geloof. Heel HebreeŽn 11 heeft hij allerlei geschiedenissen opgehaald uit het oude testament waaronder over Abraham en Mozes, en laten zien hoe het geloof hun leven volkomen beheerste en bepaalde. En al die mensen die door het geloof hun leven hebben geleid zijn het levende bewijs, getuigen van wat God door het geloof vermag.
    In hoofdstuk 12 trekt hij de conclusie, en hij doet dat in de vorm van een beeld. Hij neemt ons mee naar de arena, het stadion. In dat stadion zal een hardloopwedstrijd worden gehouden. Christen zijn is een wedloop lopen. Je wilt de eerste prijs winnen in de hardloopwedstrijd.

    Wanneer je dan bij de start gekomen bent en je kijkt om je heen, dan zie je overvolle tribunes. Een grote wolk van getuigen zegt de schrijver. Zo zei men dat in het Grieks. Een menigte levende wezens noemt men een 'wolk' en dat is inderdaad wel een aardige weergave van wat je ziet. Al die geloofshelden zitten je op de tribune aan te moedigen. Zet hem op, het is te doen.
    Let wel, dit is een beeld. Het is niet zo, dat alle gestorven gelovigen op dit moment naar ons kijken en ons aanmoedigen. De bedoeling van dit beeld is, dat we, door te kijken naar het leven van de geloofshelden, worden aangespoord en bemoedigd om ook zelf de wedloop te lopen. Deze toeschouwers zijn namelijk niet de mannen, die met een bierbuikje, kratje pils en zakken chips onderuitgezakt hun sporthelden zitten aan te moedigen en afkraken als ze het niet goed doen, deze wolk mensen heeft eerst zelf de race gelopen. Ze zijn veteranen, getuigen - ze hebben het zelf meegemaakt en door hun voorbeeld sporen ze ons aan.

    Christen zijn is niet gemakkelijk. Het is een wedloop. Je moet ervoor gaan. Maar je mag je aangevuurd weten door de miljoenen, die je zijn voorgegaan.
    Als je dan in de startblokken gaat staan moet je eerst wat doen. Dat zie je ook bij atletiekwedstrijden. De athleten trekken hun trainingspak uit, en ze houden zo min mogelijk kleren aan. In het oude Griekenland liep men zelfs naakt. Want hoe minder je draagt, hoe sneller je loopt. Wie aan een hardloopwedstrijd begint met een rugzak weet zeker, dat hij zal verliezen. Laten wij afleggen alle last, en de zonde, die ons zo licht in de weg staat....
Twee dingen, die we uit moeten trekken. Vanzelfsprekend de zonde, daar moet je afstand van nemen, die moet je niet bij je dragen en koesteren, als je dat wel doet hoef je niet eens aan de race te beginnen. Maar ook "alle last". Er zijn meer dingen hinderlijk. Alle streven namelijk naar dingen, die niet wezenlijk belangrijk zijn. Dingen die op zich prima zijn, maar die je in de wedloop van het geloof niet moet meedragen. En dan kom ik eigenlijk toch weer bij dat lijstje terecht. Wie zijn goede gezondheid liefheeft boven alles, kan de race van het geloof niet lopen. Wie zijn vriendenkring liefheeft boven alles ook niet. Gezondheid is goed, en fijne vrienden is belangrijk, enzovoorts enzovoorts, maar zodra zulke dingen nummer 1 worden in het leven, vormen ze de verhindering om te geloven.

    Laat ons oog daarbij gericht zijn op Jezus. De vertalers hebben het woordje 'alleen' ingevoegd, maar dat is niet nodig. De bedoeling van de schrijver is, dat als je werkelijk het toppunt van geloof wilt zien, dan moet je naar Jezus kijken. Misschien heeft hij wel gedacht aan de keizer. Wanneer de keizer in het stadion kwam, kreeg hij uiteraard plek op de eretribune. Bij gladiatorengevechten was het zelfs zo, dat wanneer het gevecht voorbij was, de keizer besliste of de verslagene mocht blijven leven. Stak hij zijn duim omhoog dan was het goed, maar duim naar beneden betekende: afmaken. Iedereen hield zijn oog gericht op de keizer.

    Maar in het geloof zit niet de grillige keizer van Rome, maar onze Koning Jezus Christus op de eretribune. Temidden van die wolk van geloofsgetuigen heeft Hij de ereplaats. Hij is de Leidsman en de Voleinder van het geloof. Van Hem kun je het nog het allerbeste leren. Hij heeft als onze Leider ongekend lijden verdragen in iedere fase van zijn leven, in volmaakt geloof. En Hij heeft als de Volbrenger van het geloof het voorbeeld gegeven. Laat Hij je inspireren, laat Hem je voorbeeld zijn! Want als je je op Hem concentreert, dan word je tot in het diepst van je geloof geraakt en bemoedigd. Alles is in Hem te vinden.

    Zo roept de schrijver van de brief aan de HebreeŽn zijn lezers op om in hun moeilijke omstandigheden vol te houden. Ze moeten, schrijft hij, met volharding de wedloop lopen. Dat kan, wanneer ze letten op de Here Jezus.
    Daar hebben we het geheim van de Reformatie. Het was een terugkeer tot Christus. Het Woord, de genade, het geloof - het was nodig om Christus weer te leren kennen. En toen de mensen dŠt zagen, toen gŪngen ze ook voor Hem, koste wat kost.

    Wanneer wij de Reformatie herdenken, kan dat alleen maar als wij dat ook willen. Dat is de kern van het geloven ons oog gericht houden op Jezus. Anders verlies je de strijd. Dan zakt het geloof naar de zesde plaats op de ranglijst, en dan moeten we geen Reformatie herdenken en volgende week ook niet aan het avondmaal gaan.
    Nog heel even terugkomen op dat onderzoek: de voorkeur gaat uit naar goede dingen, die helaas slechts tijdelijk zijn. Gezondheid ben je eenmaal weer kwijt, vrienden laten je in de steek of ontvallen je, vrede is tamelijk zeldzaam op deze wereld en ga zo maar door. Maar zelfs al zou je alles je hele leven lang kunnen vasthouden, dannog komt het moment dat je moet sterven en voor God moet verschijnen. En dan? Dan is het enige, waar je mee voor de dag kunt komen: de Here Jezus Christus. Dan is het enige dat eeuwig waarde heeft: het geloof in Hem! Het is ook nog eens onmogelijk je leven lang geluk en gezondheid vast te houden.
Wanneer we niet door het geloof blijven zien op Jezus, zullen onze prioriteiten ons tenslotte in de steek laten, de problemen en de zorgen van het leven zullen ons overwinnen en we zullen uiteindelijk stuklopen.
    Wanneer wij als gemeente ons niet blijven richten op onze Heiland zullen we het merken. Dan zal de ellende van de wereld en alle problemen waar mensen tegenwoordig mee worstelen ook in de kerk vrij spel hebben en ravage aanrichten in de levens van Gods volk.

    Wanneer we terugdenken aan de zegen van de Reformatie, wanneer we volgende week het Heilig Avondmaal vieren, laat ons oog dan gericht zijn op Jezus. Hij heeft alles volbracht, en in Hem is alles te vinden wat we nodig hebben. Dan kunnen we rennen alsof ons leven ervan afhangt!

A M E N