Hoe kan een mens geestelijk groeien?

Lezen: 
Tekst:
2 Petrus 3:10-18
Romeinen 10:17

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

    Ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe dat laatste hoofdstuk van Petrus op u overkomt. Want het is een hoofdstuk waarin een heleboel wordt genoemd waarmee we niet altijd raad weten. We moeten ons spoeden naar de komst van de dag van God, schrijft hij. En dan moet je dus ook je best doen om onbevlekt en onberispelijk te zijn, in vrede. En Petrus heeft het over heilige wandel en godsvrucht. Herkent u dat in uw leven?
    O zeker, we kennen gelovigen die zo zijn. Ook in onze gemeente. Broeders en zusters die doortrokken zijn van het geloof, die inderdaad uitzien naar de komst van de Here Jezus en die de liefde voor God en voor de naaste duidelijk laten zien.
    Maar er zijn ongetwijfeld ook mensen in de kerk die denken: uitzien naar de komst van de Here Jezus? Misschien zou het wel moeten, maar dat lukt me niet. Ik heb het nu ook best naar mijn zin. En dan zonder zonde leven, dat is voor mij niet weggelegd. Eigenlijk lijken die mooie woorden van Petrus over mijn leven heen te schieten. Ze landen niet. Hoe komt dat?

    Helemaal aan het eind van zijn brief roept Petrus zijn lezers op om op te groeien in de genade en in de kennis van onze Here Jezus Christus. Ons geloof, ons leven met de Here, ziet hij niet als een onveranderlijk iets. Zoals het nu is, hoeft het niet te blijven, mag het ook niet blijven. Petrus zegt: je moet groeien. Er zijn dingen in je leven die zijn nog onvolgroeid, onrijp, onderontwikkeld. Die moeten uitgroeien. Wie nog aan het begin van zijn geloof staat, en dat kunnen ook best mensen zijn die al heel lang christen zijn, moet verder komen. Trouwens, niemand bereikt in dit leven de volmaaktheid. Er is altijd groei nodig. Geestelijke groei. Daarover wil ik vanmorgen een aantal dingen zeggen.
    Het is een mode-onderwerp. Afgelopen woensdag werd op de kerkeraad door de visitatoren nog gevraagd: merkt u ook groei in het geloof bij de mensen die u bezoekt? Een moeilijke vraag om te beantwoorden. Want we hebben te maken met beeldspraak, een metafoor, zoals dat heet. Het geloofsleven wordt vergeleken met een mens. We zien het hier bij Luc: zo'n mensje begint heel klein. Maar dat blijft niet zo, het gaat groeien. En als je naar z'n broertjes Erik, Tim en Ruben kijkt, dan zie je dat die groei goed zichtbaar is. En kijk je naar Jan-Willem en Marjon, dan blijkt het nog groter te kunnen. Een mens wordt groter, steviger, zelfstandiger. De lichamelijke groei kun je meten: je kunt streepjes zetten op het behang, en als je dat ieder half jaar doet zie je uitgebeeld hoe de groei verloopt.

    Maar voor de geestelijke groei is dat moeilijker. Dan kun je geen streepjes zetten. En het wordt al heel moeilijk om het bij een ander te gaan beoordelen. Soms zie je iemand die zo gegroeid is in het geloof, dat het duidelijk is. Maar vaak weet je het niet.
    Het is natuurlijk beter om het bij jezlf te bezien. Ben ik verder gekomen, heb ik bepaalde zonden in mijn leven overwonnen of meer onder controle, betekent de Here en het geloof in Hem meer voor me dan vroeger, ben ik meer gericht geworden op Gods koninkrijk. Dat soort vragen kun je jezelf stellen.
    Ook gaat de geestelijke groei niet zo voorspelbaar en regelmatig als de lichamelijke. Sterker nog, soms merk je dat je helemaal niet gegroeid bent, mogelijk zelfs achteruit gegaan bent in je geloof. Dat kan ook nog. Wat dan?

    Tegen iedereen, in welke groeifase we ons ook bevinden, zegt Petrus: groeit op in de genade en in de kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. In het Grieks gebruikt hij een werkwoordsvorm die je beter kunt vertalen met "Ga door met groeien." Ga door met groeien in de genade en in de kennis van onze Heer en Heiland.
Hoe doe je dat dan? Gaat groeien dan niet vanzelf?

    Nu moet je met een beeld oppassen dat je er niet teveel uit wilt halen. Maar bij dit beeld kan wel gezegd worden, dat voor de groei voedsel nodig is. Geestelijk voedsel. In zijn eerste brief schreef Petrus verlangt als pasgeboren kinderen naar de redelijke, onvervalste melk, opdat gij daardoor moogt opgroeien tot zaligheid. Heel duidelijk kwam ik dat tegen in de biografie van een beroemde amerikaanse evangelist uit de vorige eeuw. Deze man trok volle stadions wanneer hij preekte, en hij was wijd en zijd bekend als een gedreven christen. Maar hij vertelde dat hij in zijn tienerjaren helemaal niet zo gelovig was. Het geloof zei hem niet zoveel, maar diep in zijn hart had hij daar last van, dat zat hem niet lekker. Hij besloot toen om er maar voor te gaan bidden. En dan niet n of twee keer, nee, iedere dag minstens drie uur. Het was een doorzetter. Dat hield hij maandenlang vol. Dagelijks ging hij drie, vier uren op de knien en hij bad: O God, geef mij meer geloof, Here, maak mijn geloof toch sterker, Here, trek me dichter bij U en laat me groeien in geloof en liefde voor U.
    Als je alle uren van gebed achter elkaar zou plakken kreeg je, zo schreef hij, een periode van enkele maanden. Maar het gekke was: het hielp niet. Het werkte dus eigenlijk negatief, hij werd er een beetje cynisch van. Al dat bidden en geen enkele groei in het geloof! Tot hij op een zondag in de kerk onze tekst hoorde voorlezen: het geloof is uit het horen, en het horen door het Woord van Christus. Toen begreep hij dat hij al die maanden verkeerd bezig was geweest. Het geloof is niet uit het bidden, maar uit het luisteren naar wat Jezus te zeggen heeft. Hij stopte met bidden en ging in plaats daarvan de Bijbel lezen. En vanaf dat moment groeide zijn geloof, het groeide en groeide tot hij zelfs evangelist werd en de mensen tot geloof ging oproepen.

    Geloven ontstaat uit en wordt gevoed door luisteren. Luisteren naar het Woord. De Here Jezus spreekt tegen ons, bij monde van de apostelen. Zoals Paulus zei: Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande. Luisteren naar de Bijbel.
    Zo wordt in de brieven in het boek Openbaring telkens gezegd Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. Groei in je geloof ontstaat niet door bidden, niet door veel over je geloof te praten, niet door naar anderen te kijken, niet door je best te doen goed te leven, niet door kerkdiensten bij te wonen maar door te luisteren naar Gods Woord.

    Ja maar, wacht even, dominee, dat doe ik wel, maar dat helpt niet. Ik zit zondags trouw in de kerk, ik ga naar bijbelstudiekring of jeugdvereniging, maar om nu te zeggen dat mijn geloof groeit, nou nee.
    Dat komt omdat er een verschil is tussen luisteren en luisteren. Dat weten we allemaal wel, en daar kan ik een lang verhaal over houden, maar het wordt nog veel duidelijker uit een onderzoek dat in Amerika is gehouden op een christelijke universiteit.
    Daar heeft men de volgende test uitgevoerd. Onafhankelijk van elkaar liet men een aantal ouderjaars theologiestudenten bij de hoogleraar exegese NT komen, de man die zich dus bezighoudt met de uitleg van het NT. Die professor vertelde aan de student dat hij een belangrijke opdracht voor hem had. Er moest straks college gegeven worden over de barmhartige Samaritaan, maar de prof had daar geen tijd voor, hij moest dringend weg. Of nu de student dat college wilde geven. Want van alle studenten was hij de meest geschikte daarvoor. Zeer vereerd wilde de student dat wel doen, en de hoogleraar gaf hem dus uitvoerig instructie, waarbij de hele gelijkenis van de barmhartige Samaritaan vers voor vers werd doorgelopen. Met opzet rekte de professor tijd, zodat hij op een gegeven moment zei: u moet opschieten, want over een paar minuten begint dat college en het is aan de andere kant van het gebouw. De student rende weg, maar onderweg lag iemand op de grond, die duidelijk hulp nodig had. Wat zou de student doen? U raadt het al: meer dan twee derde van de studenten liep haastig langs de gewonde heen - geen tijd om te helpen, ik moet college geven. College over ..... de barmhartige Samaritaan. Slechts een paar studenten stopten om eerste hulp te verlenen.

    Dat is het verschil tussen horen en luisteren. De meeste studenten hadden alleen maar kennis genomen van de gelijkenis. Ze konden hem tot in detail exegetiseren, ze konden er gemakkelijk een college-uur over volpraten, maar ze hadden die woorden van Jezus niet ter harte genomen. Het zat in hun hoofd, niet in hun hart. Het was niet eigen geworden en het had dus hun leven niet veranderd! Je kunt de Bijbel bestuderen, en dat is goed. Maar als je niet verwerkt, niet geestelijk verteert, wat je gehoord hebt, dan heb je er niets aan. Je groeit alleen maar wanneer je Gods Geest laat werken in je leven, wanneer je Hem je leven laat veranderen door het Woord. Wie alleen maar oppervlakkig met de Bijbel bezig is, die is zijn tijd aan het verspillen. Een kind groeit niet, wanneer je de melk op zijn buikje smeert. Die melk moet naar binnen!

    Jan-Willem en Marion, het is niet moeilijk te begrijpen wat dat voor je opvoeding betekent. En voor ons allemaal geldt dat natuurlijk. Wil je de kleine Luc echt laten groeien, dan zul je niet alleen voor goed eten en drinken moeten zorgen en voor een grote dosis liefde, want dat heeft een kind ook nodig om te groeien, maar dan zul je je opvoeding moeten doordrenken met Gods Woord! Het is veel belangrijker dan wij wel eens denken om kleine kinderen te vertellen van hun hemelse Vader, om ze voor te lezen uit de kinderbijbel en ze liedjes van Elly en Rikkert te laten horen. Want geestelijke groei begint niet pas in de puberteit of daarna. De basis wordt gelegd vr het twaalfde levensjaar, en al kunnen jullie je kind niet laten groeien, netzomin als je een boom kunt laten groeien, je moet wel zorgen dat het voedsel er is. En God geeft het ons rijk. De kinderen hebben eten nodig. Wij allemaal hebben voedsel nodig, voor lichaam en ziel. Voedsel dat alleen effekt kan hebben als het binnen komt. Als het echt verteerd wordt.

    Dat bedoelt de Bijbel natuurlijk met het woord 'horen'. Ingespannen luisteren naar, bezig gaan met het gehoorde. Dat is moeilijk. Zeker voor ons. Want wij staan onder druk. Wij moeten presteren, op school, thuis en op het werk. We moeten goed plannen. Bovendien komt er zoveel op ons af, dat we ons hebben leren afsluiten. De muziek die je op hebt staan is behang geworden, je hoort het amper en het haalt je niet uit de concentratie, de reclameboodschappen zie je even, maar je hebt jezelf geleerd ze meteen weer te negeren, en er zijn zoveel boeken, kranten, tijdschriften en databases, dat we het meeste langs ons heen laten gaan. Mensen van nu kunnen zich minder concentreren dan vroeger en hun geheugen is ook veel minder getraind. Je weet dat je niet alles kunt onthouden en je kunt het wel eens opzoeken als je het nodig hebt. Echt luisteren doen we eigenlijk niet meer. Je moet selectief leren luisteren, anders word je gek.

    Dat gaat in de kerk ook zo. Terwijl dat niet zou moeten! Ook daar is onderzoek naar gedaan, en ik ben nu toch bezig dus dat kan ik ook nog wel even vertellen. Er is onderzocht wat mensen onthouden van de preek. Van de resultaten worden de predikanten niet vrolijk (zij het wel erg bescheiden), maar n ding was heel verrassend. Dat mensen sommige dingen helemaal niet horen. In de preek voor het onderzoek was het zo, dat de voorganger er nadrukkelijk op had gewezen dat de mensen niet alleen 's morgens, maar ook 's middags naar de kerkdienst moesten komen. Maar nu bleek dat diverse kerkgangers dat niet gehoord hadden, allemaal mensen die de gewoonte hadden maar n keer te gaan. Niet dat ze zeiden dat ze het er niet mee eens waren, nee ze hadden het niet gehoord! Heeft de dominee dt gezegd? Nee, echt niet. Mensen filteren sommige dingen al voordat ze zelfs het bewuste denken bereiken! Dat is griezelig. Sommige dingen, die je niet wilt horen, hoor je inderdaad niet meer, al wordt het gezegd.

    Dat moet je niet hebben als het om het Woord van Christus gaat! Daar moet je open voor staan. Want de Here zegt ook dingen die niet zo leuk zijn voor je. Hij wijst zonden aan, waar je misschien wel erg aan gehecht bent. Hij roept op tot dingen, waar je geen zin in hebt. Wij kunnen de Bijbel selectief lezen, en ik vrees dat we dat allemaal wel doen. Soms lees ik een boek uit een heel andere kerkelijke stroming waarin ik op dingen gewezen wordt die volledig waar zijn, maar waar ik nooit bij had stilgestaan.
    We moeten dus in de kerk anders luisteren dan we door de week gewend zijn. Het is noodzakelijk aktief te luisteren, onbevooroordeeld en met een open hart. Dat valt niet mee. Maar wie dat doet, die merkt groei! Het is onmogelijk dat het Woord van God leeg terugkeert. Het is onmogelijk, dat de Geest van God onmachtig is om u en jou en mij te veranderen. Petrus zegt: ga door met groeien. Dat is een opdracht. Daar kun je 'ja'of 'nee' op zeggen. Blijkbaar eindigt daar het beeld: een kind kun je niet bevelen om te groeien, maar een christen blijkbaar wel als het gaat om z'n relatie met de Here.

    Tenslotte: hoe groei je dan? Ik kom daar zeker binnenkort nog op terug, want de Bijbel zegt daar veel meer over. Petrus formuleert het zo: ga door met groeien in de genade en in de kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Nu is het in dit soort zinnen vaak zo, dat het woordje 'en' in het Grieks ook kan betekenen: 'namelijk'. Die genade, waarin je moet opgroeien, s de kennis van onze Here Jezus Christus. Hoe meer je de Here Jezus leert kennen, hoe meer je groeit. En hoe meer je groeit, hoe meer zicht je krijgt op de Here Jezus. In dat opzicht gaat de groei inderdaad vanzelf. Groeien in geloof is: meer en meer de Here Jezus kennen. Meer en meer oog krijgen voor zijn grootheid, zijn glorie, zijn liefde. Hoe meer je hoort wat God gedaan heeft, wat God doet en wat God doen zal, hoe meer je je kunt verheugen in onze Heiland. Merkwaardigerwijze betekent groeien in het geloof, dat je zelf kleiner wordt en de Here groter. Ga door met groeien, broeders en zusters; en u weet:
Het geloof is uit het horen, en het horen door het Woord van Christus.
Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt
.

A M E N