LEERHUIS APOKALYPS - getallen

Monnickendam, maandag 6 december 1999.

 

Enkele getallen die veel voorkomen in Openbaring:

 

Zeven             is bijbels gezien het belangrijkste getal: op grond van de schepping in zeven dagen wordt het gezien als teken van Gods werk in de wereld.

                     Een periode van zeven eenheden (dagen, weken, maanden, jaren) geldt als een afgesloten periode. Het 7e jaar is het jaar van vrijlating van Hebreeuwse slaven; na zeven maal zeven jaar komt een jubeljaar. In Openbaring is het getal bijzonder geliefd: de zeven geesten die samen de Heilige Geest vormen, de brief aan de zeven gemeenten, er brandde zeven lampen voor Gods troon, etc.

 

Drie:              Vooral in het Nieuwe Testament belangrijk: als het getal van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

 

Vier:              Het getal van de aarde, het verwijst naar de (hele) wereld, het heelal: de vier windstreken. Komt in Openbaring ook voor als de vier dieren (=evangelisten?)

 

Drie en half:    De helft van zeven: symbool van de mislukking, het onvolmaakte:

v      Komt voor als ‘een tijd, tijden, een halve tijd’= 1+2+1/2=3 ½  (Op. 12:14[HBR1] )

v      Als 42 maanden (=3 ½ jaar) (Op. 11:2[HBR2] , 13:5[HBR3] )

v      Als 1260 dagen (idem), Op. 11:3[HBR4] , 12:6[HBR5] )

 

Zes                is bijna zeven, maar nog niet helemaal, dus helemaal niet: de reeksen van zeven in Openbaring bestaan meestal uit 6 plus 1. Zes is onvolmaakt, hoort bij de “omdraaier”, de diabolos, de satan. Wat te denken van de 6 miljoen van Gods volk die in de kampen omkwamen...

 

Twaalf            herinnert aan de twaalf stammen van Israël, en aan de 12 apostelen. Is dus verwijzing naar zowel Israël als naar de volgelingen van Christus. Het komt in het Oude Testament voor in de twaalf toonbroden in de tempel, in de twaalf zonen van Jakob, en vaak worden twaalf dieren geslacht als een voorgeschreven offer. In Openbaring komen we het ook tegen als 24 (2x12) in de 24 oudsten die genoemd worden.

                     In Op. 21 [HBR6] wordt het nieuwe Jeruzalem beschreven: het heeft 12 poorten en 12 fundamenten, een muur van 144 el (12x12) hoog. Op de poorten staan twaalf engelen en de namen van de twaalf stammen van Israël op de poorten geschreven.

 

666                                Openbaring 13:18[HBR7] . Bron van speculatie: keizer Nero? Adolf Hitler? Zes is de helft van twaalf, en zes is bijna zeven. 666 lijkt bijna het getal van God (driemaal 7) te zijn, maar is het helemaal niet: het getal van een mens, het beest, kansloos.

 

Duizend:        onmetelijk getal, zeker voor die tijd... duizend jarig rijk is dan ook onmetelijk lang voor mensen, voor God als een dag. (Psalm 90:4[HBR8] )

 

144.000:         Het grootste getal in Openbaring: daarna volgt alleen ontelbaar... = 12x12x1000: Israël en de volken samen keer duizend! Niet een handje vol uitverkorenen, maar aanduiding van Gods goedheid.

                     Het is even veelzeggend positief, als het getal 6 miljoen luguber massaal is...

 

Verwante documenten:

v      Achtergrond

v      Zeven brieven

v                     Getallen


 [HBR1]14  Maar God gaf haar de vleugels van de grote arend om naar de woestijn te vliegen, naar de plaats waar voor haar gezorgd werd, een tijd, twee tijden en een halve tijd, een plaats ver weg van de slang.

 [HBR2]2  Maar sla het plein voor de tempel over; meet het niet op, want het is in handen van de heidenen gegeven. Zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang.

 

 [HBR3]15  Het was het tweede beest gegeven dit beeld leven in te blazen, zodat het kon spreken en iedereen kon laten doden die het beeld niet wilde aanbidden.

 

 [HBR4]3 ¶ Mijn twee getuigen zal ik opdracht geven het rouwkleed aan te trekken en al die twaalfhonderdzestig dagen mijn boodschap te verkondigen.'

 

 [HBR5]6  De vrouw vluchtte naar de woestijn, naar een plaats die God voor haar gereedhield, waar voor haar gezorgd zou worden, twaalfhonderdzestig dagen.

 

 [HBR6]1 ¶ Toen zag ik een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. De eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en ook de zee bestond niet meer.

2  Ik zag een nieuw Jeruzalem, een nieuwe heilige stad, neerdalen vanuit God uit de hemel. Ze was als bruid getooid, mooi gemaakt voor haar man.

3  En uit de richting van de troon hoorde ik luid een stem zeggen: `Nu heeft God zijn tent onder de mensen opgeslagen! Hij zal bij hen wonen en zij zullen zijn volk zijn.

4  God zelf zal bij hen zijn en hij zal elke traan uit hun ogen wissen. De dood zal er niet meer zijn; geen rouw, geen weeklacht, geen pijn zal er zijn, want de eerste dingen zijn voorbij.'

5  Hij die op de troon was gezeten, zei: `Ik maak alles nieuw.' Tegen mij zei hij: `Schrijf! Want deze woorden zijn geloofwaardig en waarachtig.'

6  En dit waren zijn woorden: `Alles is voltrokken! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft, zal ik te drinken geven uit de bron met water dat leven geeft, om niet.

7  Dit zal het deel zijn van wie overwint: ik zal zijn God zijn en hij mijn zoon.

8  Maar wie laf is en ontrouw, en zij die alles doen wat verwerpelijk is, moorden, ontucht plegen, magie bedrijven, beelden aanbidden, ja, allen die de leugen dienen: hun deel zal de zee van vuur en zwavel zijn, de tweede dood.'

9 ¶ Een van de zeven engelen met de zeven schalen gevuld met de laatste zeven plagen, kwam mij zeggen: `Kom! Ik zal u de bruid laten zien, de vrouw van het Lam.'

10  De Geest kwam over mij, en de engel bracht me op de top van een zeer hoge berg. Hij liet me Jeruzalem zien, de heilige stad die vanuit God uit de hemel neerdaalde.

11  Ze had de glorie van God; ze schitterde als een edelsteen, als een kristalheldere jaspis.

12  Een grote hoge muur met twaalf poorten omgaf haar en bij elke poort stond een engel. Op de poorten waren de namen geschreven van de twaalf stammen van Israël.

13  De stad had drie poorten aan de oostkant, drie aan de noordkant, drie aan de zuidkant en drie aan de westkant.

14  De stadsmuur rustte optwaalf fundamenten, twaalf stenen, waarop de namen stonden van de twaalf apostelen van het Lam.

15  De engel die met mij sprak, had een gouden meetlat, om de maat op te nemen van de stad, haar poorten en haar muur.

16  De stad vormde een vierkant: ze was even lang als breed. De engel nam de lengte van de stad op: twaalfduizend stadiën; de lengte, de breedte en de hoogte waren gelijk.

17  De hoogte van de muur was honderdvierenveertig el; een mensenmaat die een engelenmaat is.

18  De muur was gemaakt van jaspis, de stad zelf van zuiver, glashelder goud.

19  De stenen waarop de stadsmuur rustte, waren met allerlei edelstenen versierd. De eerste met jaspis, de tweede met saffier, de derde met agaat, de vierde met smaragd,

20  de vijfde met onyx, de zesde met kornalijn, de zevende met chrysoliet, de achtste met aquamarijn, de negende met topaas, de tiende met chrysopraas, de elfde met turkoois, de twaalfde met amethist.

21  De twaalf poorten waren twaalf parels; elke poort vormde één parel. De straten van de stad waren van zuiver goud, doorschijnend als glas.

22  In de stad zag ik geen tempel, omdat de Heer, God, de Almachtige, en het Lam haar tempel zijn.

23  Het licht van zon en maan heeft ze niet nodig, want de glorie van God verlicht haar en het Lam is haar lamp.

24  De volken zullen bij haar licht hun weg gaan, en de koningen der aarde zullen er hun rijkdommen binnenbrengen.

25  De poorten van de stad zullen de hele dag openstaan en niet meer worden gesloten, omdat er geen nacht meer heerst.

26  De schatten en de kostbaarheden van de volken zullen er binnengebracht worden.

27  En niets wat onrein is, zal de stad binnenkomen, en niemand die misdaad en leugen aanhangt. Alleen zij die opgetekend staan in het boek van de levenden, gaan er binnen.

 

 [HBR7]18  En nu is wijsheid geboden: wie inzicht heeft, laat hij het geheim van het getal van het beest ontraadselen; met het getal is namelijk een mens bedoeld en het getal is 666.

 

 [HBR8]4  Want voor u zijn duizend jaar niet meer dan een dag, niet meer dan het laatste uur van de nacht: in een oogwenk voorbij!